|
Certificeerwijze was waardedrukkend voor geërfde aandelen in familiebedrijf |
|
|
|
vrijdag 05 februari 2010 |
|
Rechtbank Leeuwarden heeft een sterk feitelijke uitspraak gedaan over de waardering van geërfde certificaten van aandelen in een familiebedrijf. De rechtbank stelde voorop dat de waarde die aan de certificaten is toe te kennen, in hoge mate afhankelijk is van de voorwaarden waaronder de certificering heeft plaatsgevonden. In de onderhavige procedure erfden een zoon en een dochter 66,67% van de certifcaten van aandelen die hun vader in het familiebedrijf had. De broer van vader had de overige 33,33% van de certificaten. Volgens de toenmalige statuten waren vader en zijn broer de bestuurders van de stichting administratiekantoor die alle stemgerechtigde aandelen in het familiebedrijf hield. Na het overlijden van de vader was de broer de enige bestuurder geworden. Bij zijn eventuele overlijden zou de echtgenote van de broer de enige bestuurder worden. De familieverhoudingen tussen de zoon en zijn oom en tante waren verstoord. De oom verstrekte de certificaathouders geen informatie en keerde evenmin dividend uit. De dividendprognose was slecht. De inspecteur ging voor de waardering van de aandelen uit van de intrinsieke waarde. De zoon stelde dat voor de waardebepaling van de aandelen moest worden uitgegaan van een mix van intrinsieke waarde, rentabiliteitswaarde en rendementswaarde, omdat de koper van de certificaten rekening zou houden met het stemrecht van het bestuur. De rechtbank was op basis van de feiten en omstandigheden van mening dat de zoon gelijk had en verlaagde de waarde van de verkregen certificaten aanzienlijk. (PWC)
|