|
vrijdag 03 september 2010 |
|
Hof Den Bosch heeft in een feitelijke uitspraak beslist dat geen btw-correctie voor privégebruik van de auto van de zaak kon plaatsvinden omdat de inspecteur onvoldoende onderbouwing had gegeven met betrekking tot de omvang van het privégebruik. Het hof wees op een arrest van de Hoge Raad uit 2000 waarin de Hoge Raad had aangegeven dat de bewijslast met betrekking tot de omvang van het privégebruik op de inspecteur rust. De procedure betrof een bv die haar statutair bestuurder een personenauto liet gebruiken. De btw-regels schrijven dan voor dat met betrekking tot de auto eerst alle btw in aftrek kan worden gebracht alsof de auto uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt en dat dan in het laatste btw-tijdvak van een kalenderjaar voor het privégebruik een correctie in aanmerking genomen. (PWC)
|